De januskop van Paul Kagame
Woensdag 21 April 2010(verschenen in De Standaard op 24 februari 2010)
Wie op relatief korte termijn het Oosten van Congo wil stabiliseren, moet de Rwandese president Paul Kagame onder druk zetten om met zijn aartsvijanden te praten. Dat is wat we vaststelden diep in de bossen van de Kivu.
Begin 2009 geloofden sommigen wellicht dat de plotse samenwerking van de Rwandese en Congolese presidenten de veiligheidssituatie in Oost-Congo kon uitklaren. Hun besluit om eindelijk samen de FDLR – de militie die groeide uit de 2 miljoen mensen die na de Rwandese genocide in 1994 naar Congo vluchtten en door Kigali steevast als ‘génocidaires’ worden bestempeld - te bestrijden, leek beloftevol.De hoop was dat men de FDLR ofwel kon elimineren, ofwel kon overtuigen de wapens neer te leggen en naar Rwanda te doen terugkeren. Men verhoopte hetzelfde voor de naar schatting 40000 tot 80 000 Rwandese vluchtelingen. Nu is er vorig jaar wel een verdubbeling geweest van het aantal FDLR-mensen die terugkeerden, maar van de baan zijn de FDLR allerminst.
Onlangs trokken we naar gebieden die gecontroleerd worden door de FDLR, (in Mungazi-Kishanga, het grensgebied tussen de territoires Masisi en Walikale, in Noord-Kivu). Ons besluit is dat de FDLR niet snel zullen verdwijnen. Zeker, de militaire acties hebben hen het leven moeilijker gemaakt. Ze zijn verdreven uit gebieden waar ze winkels en markten controleerden en dat maakt de bevoorrading moeilijker. Die economische achteruitgang heeft zich vertaald in meer plunderingen en geweld tegenover Congolese burgers. Hun bevolking die vroeger, dichter bij de Congolese dorpen, landbouw bedreef, zit nu verspreid in de wouden.
Na een vermoeiende tocht vonden we zo’n groepje vluchtelingen: schrijnend. Levend van bananen en taroknol, geen school, amper gezondheidszorg.
Zo verbazend is dat niet: tot vorig jaar vochten de FDLR en het Congolees leger samen tegen de CNDP, de militie van Laurent Nkunda, de zetbaas van Rwanda in Congo. Vorig jaar werd die CNDP geïntegreerd in het Congolese leger. Sindsdien ervaart een deel van de locale bevolking het Congolese leger als een Rwandees leger. Om die reden ontstond in de regio een locale militie (APCLS) die het leger bevecht.
Tenzij… de Rwandese regering met de FDLR zou praten. FDLR-woordvoerder Laforge alias Ignace Ntaka, drukte ons op het hart dat zij een dialoog willen met Kigali over een terugkeer. Kagame weigert dat steevast omdat voor hem de FDLR volkenmoordenaars zijn. Die weigering wordt – onder meer - aanvaard omdat Kagame zijn land lijkt te ontwikkelen. En inderdaad, het contrast tussen Congo en Rwanda is groot. Na de Congolese wegen, doet het gladde asfalt van Rwanda haast vreemd aan. Congo is een land zonder echte staat. Rwanda is een land waar de staat zo sterk is dat het soms wat griezelig wordt. Zoals wanneer president Kagame decreteert dat vanaf 2009 de officiële taal Engels is. Rwanda werd eind 2009 lid van het Britse Gemenebest.
Er is dus een enorm contrast. Mijn stelling is dat Kagame verantwoordelijkheid draagt voor beide kanten. Zeker, hij kan iets voorleggen in Rwanda. Dit regime heeft een visie en lijkt ook bij machte die toe te passen. Veel Westerse leiders vallen daarvoor. Wel valt op dat de ruimte om kritiek te geven, almaar kleiner wordt in Rwanda. Maar goed, Kagame krijgt mijns inziens terecht goeie punten voor bestuur.
Maar er is dus een andere kant. Kagame is ook mee verantwoordelijk voor de chaos in Congo. Zijn drang om er een voet in huis te hebben, bemoeilijkt al jaren de stabilisering van Congo. Zijn weigering om met de FDLR een of andere regeling te zoeken, bestendigt de problemen in Congo. Als Kagame een staatsman wil zijn, moet hij die andere kant van zijn verantwoordelijkheid opnemen. Niemand wil de genocide onder de mat vegen – hoe zou zoiets kunnen? – maar elke andere oplossing blijven weigeren omdat de FDLR de volkenmoordenaars zijn, is 16 jaar na de feiten fout. Tijdens ons bezoek stelden we vast dat de overgrote meerderheid van de FDLR-mensen jonger is dan 34 jaar, en dus gewoon te jong om verantwoordelijk te kunnen zijn voor de genocide.
‘Kigali is het verwende kind van Washington’, vinden ze bij de FDLR. Wel, er is iets van. Met de genocidekaart in de hand heeft Kagame jarenlang van vooral de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het fiat gekregen om Congo te destabiliseren. In ruil daarvoor voer Rwanda een zeer Angelsaksische koers. Naast het schuldgevoel over de genocide, spelen daarom wellicht ook belangen: hoe meer invloed Rwanda in Congo heeft, hoe groter de Angelsaksische invloed in Congo. Dat alles doet denken aan Israel – ook een post-genocidestaat waarvoor het Westen zich schuldig voelde en ook de hand boven het hoofd gehouden door vooral Washington. Of je daarmee Rwanda op termijn een dienst bewijst, is nog maar de vraag. Zeker is dat Congo er niet beter van wordt. Het is hoog tijd dat Kagame én de internationale gemeenschap de belangen van de Congolese burgers en Rwandese vluchtelingen zwaarder laten wegen.
geen reacties
