Snuivende Tom schaadt ons minder dan verhuizende Tom
Woensdag 21 April 2010(verschenen in De Standaard op 11 maart 2010)
De “ontsnapping” van Tom Boonen naar Monaco roept diepe vragen op over de aanvaardbaarheid van belastingparadijzen in tijden van crisis.
Ik begrijp het niet. Hoe kan een journalist in de Standaard van zaterdag jongstleden een uitgebreid interview doen met de wielrenner Boonen Tom over zijn verhuis naar het belastingparadijs Monaco en het dan enkel hebben over het feit dat het klimaat daar zo aangenaam en zo geschikt is om te trainen? En niet over het feit dat Monaco tot nader order een belastingparadijs is voor de veelverdieners van deze wereld?Als ik die stilte vergelijkt met de mediasteekvlam toen bleek dat “Tommeke” even aan de coke had zitten snuiven, lijken alle verhoudingen me zoek. Het kot was te klein, toen. O, wat was dat toch erg dat een van onze beste wielrenners in zijn vrije tijd snoof, en dronk. Het klopt dat, puur legalistisch bekeken, coke snuiven een wetsovertreding is en naar Monaco verhuizen niet. Maar als je je begint af te vragen waar de samenleving nu het meest schade van ondervindt, krijg je toch een enigszins ander beeld. Wat voor last hebben wij ervan als deze rijke mens wat coke snuift? Hij heeft de middelen om zich te laten behandelen als hij eraan verslaafd geraakt, en zal dus niet de overlast veroorzaken waaraan minder gefortuneerde cokesnuivers zich wel eens bezondigen om aan hun dosis te geraken.
Tom Boonen moet het goeie voorbeeld geven aan de jeugd, wordt dan gezegd. Alsof iemand die goed kan fietsen per se ook op andere gebieden de weg weet. Welk soort irrationeel universum wordt hier gecreëerd door de media? Twintigjarige sportlui die verzuipen in het geld als morele wegwijzers? Dat is toch vragen om problemen. De jonge man is sowieso al de labielste en meest agressieve variant van de homo sapiens. Geef hem een pak geld en “ontsporingen” zijn quasi onvermijdelijk. Gevaarlijker was wel dat Tom Boonen dronken aan overdreven snelheid reed. Dat kon potentieel al veel schadelijker zijn voor de toevallige voorbijganger. Maar daar was dan al weer veel minder om te doen.
Helemaal windstil is het dus inzake de fiscale ontsnapping van de Balense kasseienvreter. Ik vraag me af hoelang we ons deze merkwaardige weging van maatschappelijke euvels nog kunnen permitteren. De financiële en economische crisis zet die vraag immers meer op scherp dan enkele jaren geleden. De begrotingen van onze overheden zullen nog vele jaren gebogen gaan onder de redding van de banken, waarin ook al vetbetaalde bankiers een hoofdrol speelden. Sp-a-politicus Frank Vandenbroucke berekende onlangs heel correct dat ons de zwaarste begrotingsinspanning – zeg maar besparing - sinds de tweede wereldoorlog staat te wachten.
Kunnen we het ons in die omstandigheden blijven permitteren dat gefortuneerden gewoon in belastingsparadijzen gaan wonen om niet te hoeven bijdragen aan onze sociale voorzieningen? Zo van – ik heb hier wel onderwijs en gezondheidszorg genoten maar nu ik superrijk ben, wens ik die niet meer mee te ondersteunen. En onttrek ik me aan de regels van het koninkrijk België en de stadstaat Vlaanderen.
Tom Boonen wil wel proberen om de fietsende leeuw van Vlaanderen te worden maar dan een die liever niet aan dezelfde fiscale regels onderworpen als gewone Vlamingen. Zelfs Bart De Wever die zich gaarne conservatief noemt, heeft het niet zo begrepen op dergelijke kosmopolieten, liet hij onlangs weten.
Wel, dan moet hij daarover eens wat dieper nadenken want uiteindelijk benut Boonen de mogelijkheden die de politiek creëert. Daarom moet de politiek zich bezinnen: hoe kan je de mensen met een gewoon inkomen overtuigen om te besparen om onze sociale zekerheid te redden, als de rijkere mensen zich zo makkelijk aan hun bijdrage kunnen onttrekken? Toen de financiële crisis net was losgebarsten, betoogdenmensen als de Franse president Sarkozy op de G20-bijeenkomsten dat we de belastingparadijzen moesten “aanpakken”. Sindsdien horen we daar alweer veel minder van. Maar voor ons allen die zullen moeten betalen, is de vraag prangender dan ooit: hoe lang nog kunnen we ons deze “zwarte gaten” van de fiscaliteit permitteren?
één reactie
